John van Ierland

WOORDMAGIE

Het is de tijd van het jaar waar je als wielerliefhebber naar uitkijkt, net zoals je uitziet naar de komst van de mosselen, de Hollandse nieuwe en de asperge. Het is de tijd van de klassieker, de een nog mooier, meedogenlozer, gruwelijker, heroïeker dan de ander. De een met het venijn in de staart van de bijna driehonderd kilometer, de ander met tientallen korte klimmetjes met stijgingspercentages die op een skipiste niet misstaan en dan is er ook nog een met bijna 53 kilometer aan kasseien.

 

Zondag is de 113e editie van Parijs-Roubaix. Winnaars doen er eeuwige roem op, boeken zijn er geschreven over hun strijd tegen de concurrentie, de elementen en de stenen. Verhalen waar we van smullen, die we willen zien, beleven en delen met andere enthousiastelingen. Toch zijn er ontelbare verhalen die verzwegen zijn en die daardoor het interessantst zijn. We vernemen van de onbekende renners niet hun kleine vreugdes en grote zorgen omtrent de koers. Ze rijden in dienst van, ze dromen van de zege, maar weten dat het niet realistisch is. Eenmaal op de stenen zien ze de droom uit elkaar spatten, ze delen het niet. Ze zijn te trots of te voorzichtig. Of omdat het kwaad niet altijd in woorden is te vangen. Ze wapenen zich ertegen door gebaren of symbolen, de Hel van het Noorden staat er bol van. Italianen met gouden kruisjes om de nek, Belgen met een medaillon in hun helm en ongelovigen die de fiets zien als hun god en er constant tot bidden: “Blijf heel, blijf heel!”

Ze bereiden zich voor maar weten dat de wegen van Parijs-Roubaix op hetzelfde plan staan als hun Heer; ondoorgrondelijk.

En toch gaan ze, vertrekken ze, doen ze mee. Ze komen de eerste twee stroken goed door, zetten de kopman voorin weg en denken de andere stroken ook te kunnen klaren. Dan komt de terugslag, ze worden vermorzeld door de anderen, die hen als een stuk vuil laten staan. Ploegleiders snellen voort, deze renners tellen even niet meer mee. Ze komen niet meer vooruit en gaan de kasseien tellen. Een bestraffing die voltrokken wordt onder het spottende oog van “jij gaat falen”. Een vreselijk noodlot waar een enkeling nog aan weet te ontsnappen maar dan een stortbui, windhoos of valpartij in zijn ransel krijgt. Illusies gaan verloren, herstel is niet in zicht, het is de duivel verlokken waar God doof is. Ze moeten kunnen dansen op een koord met de benodigde kracht van een gewichtheffer, kan dit samen? Waarom fietsten ze Parijs-Roubaix?

 

Om het offer te brengen, omdat er maar een wedstrijd is die het uiterste vergt van moed en mentale kracht, van courage. Omdat er geen groter moment van trots is voor een wielrenner dan aan te komen op de velodroom van Roubaix. Daar waar liefde en haat samensmelten, waar trots de boventoon voert maar voorzichtigheid de echte heroïeke verhalen doet vervagen. Zonder hen is er geen koers, zonder hen is er geen Parijs-Roubaix, zonder hen kan er geen epos geschreven worden. Dat weten ze, daarom fietsen ze Parijs-Roubaix en daarom kunnen wij genieten.

 

John van Ierland, 10 april 2015

 

 

 

 

De hel van het noorden...

 

Terug naar overzicht verhalen

Copyright Woordmagie 2017