John van Ierland

WOORDMAGIE

De eerste aanzet tot vertaling is gedaan, nog lang niet gereed maar toch! Het beoogde resultaat is in zicht, een eigen boek dat wordt uitgegeven in Spanje, hoe mooi is dat?! Het is het boek ‘Tegen de stroom in’ ofwel ‘Contra la corriente’, biografie van de rassprinter Mathieu Hermans die een hele grote meneer werd in Spaans Baskenland. Zes overwinningen in één Vuelta, vijfentwintig profzeges in één seizoen! Winnen in de sprint, onbevreesd de krachten meten met anderen in een brij van wielrenners die door elkaar heen slingeren als een kluwen wol. Niet alleen kracht, niet alleen explosie, niet alleen courage maar ook vernuft, slimheid en tactiek. De sprinter en de massasprint, twee fenomenen!

 

De laatste etappe in de Vuelta van 1988, de aankomst in Madrid. Politiemotoren met jankende sirenes gaan de explosie op ragdunne bandjes vooraf. Boven de dranghekken rekken zich duizenden nekken, de hoofden verwachtingsvol naar het eind van de finishlaan gedraaid waar de open limousine van de wedstrijdleiding in de laatste bocht verschijnt.

Rood aangelopen policías blazen ineens allemaal tegelijk hun wangen bol op snerpende fluitjes. Dan opeens: het complete peloton. Wrikkend en slingerend zwiepen de renners het laatste rechte eind op. Remmen piepen als een kolonie bange muizen en tierend en vloekend wordt opnieuw aangezet, om de grote molen – de elf – weer op gang te krijgen. De naalden op de snelheidsmeters van de volgmotoren kruipen van 50 naar 60 kilometer, 65…

Meer nog dan het beulen en stampen op de prehistorische kasseien van de Hel van het Noorden: meer nog dan het grote afzien in de verschroeiende maanlandschappen van het hooggebergte en veel meer dan de kille onverbiddelijkheid van de allesbeslissende tijdrit, vormt de massasprint het

spektakelstuk van de grote wielerronden, qua dynamiek en verwachtingspatroon bij de massa slechts vergelijkbaar met de start van een Formule I-Grand Prix.

Van 65 naar 68 kilometer, 70… renners proberen de rechte lijn te houden maar zwiepen van wiel naar wiel, als in de file van de linker- naar de rechterbaan en terug, voor die ene meter extra. De renners smijten de eigen frames van de binnenkant van de ene knie naar de ander, het publiek houdt de adem in: “Als ze maar overeind blijven”. De meet is in zicht, de rug wordt gebold en met een laatste krachtsinspanning wordt de fiets naar voren gesmeten. Instinctief weet de winnaar dat de zege er is. Snel wordt de rug gerekt en de arm ten hemel gestoken, een split second wordt er gevierd dan worden de remmen gezocht en fotografen ontweken. Soigneurs beschermen de winnaar tegen de aanstormende media, rusten is er nog niet bij, de huldiging wacht. Het circus is bijna voorbij, de sprinter heeft zijn show opgevoerd. De policías ontbollen hun wangen en de wedstrijdleiding bereidt zich voor op het protocolo ceremonial. De duizend nekken rekken zich naar het podium, wachtend op hun held, een glimp van de levende kanonskogel Mathieu Hermans.

 

John van Ierland, 8 april 2015

 

 

 

 

 

De levende kanonskogel...

 

Terug naar overzicht verhalen

 

Het boek gerelateerd aan dit verhaal bestellen

Copyright Woordmagie 2017