John van Ierland

WOORDMAGIE

Een passage uit het begin van het boek 'de Speer van Rijsbergen' dat half november gepresenteerd gaat worden. Een roman over wielrennen en gebaseerd op het leven van Johan van der Velde. De foto op de omslag is van Tonny Strouken

 

En Johan… de speer van Rijsbergen, spaart voor een echte racefiets. De oude stalen fiets waar hij zijn rondjes op het crossbaantje mee draait is eigenlijk een gewone jongensfiets die hij samen met zijn vader heeft gestript. Daarin zijn ze zeer grondig te werk gegaan. Zelfs de aanlasbeugel voor de dynamo en de ogen voor de bevestiging van de spatborden hebben ze eraf gezaagd. Om het wat meer ooglijk te maken is daarna de vijl gepakt en heeft Johan zo lang gevijld tot het leek of er nooit iets had gezeten. Wat schuurpapier deed de rest en het frame was zo glad als een aal. Met een eigengemaakt klein kwastje, van varkenshaar, is de fiets donkerblauw geverfd. Een oud racestuur, van Kiske gekregen, maakte de ‘racefiets’ compleet. Van een ruime afstand dan. Voor Johan kan het er allemaal net mee door, toch zou hij het graag anders zien. Daarom gaat hij zo vroeg zijn bed uit. Zes keer in de week fietst hij naar Lowie.

“Goedemorgen Lowie, waar liggen mijn kranten?“

Lowie schenkt net de dop van zijn thermoskan vol hete koffie.

“Morreguh Johan, daar ligt jouw wijk.”

Hij wijst een stapel aan, de stapel voor Johan ligt steeds ergens anders. De bezorgers mogen niets verplaatsen zonder dat Lowie daar toestemming voor geeft. Zijn systeem valt anders in het water, een systeem dat Johan niet weet te doorgronden. De kranten liggen door de hele garage verspreid, behalve bij de rechtermuur. Daar staat het bureau van Lowie. Een gammel tafeltje met een eiken stoel met een lederen zitting waar de vulling door de scheuren steeds verder naar buiten kruipt. Op het tafeltje ligt een geknoopt kleedje met her en der wat schroeiplekken. Op het kleedje ligt een schrijfblok met een balpen. Een volle asbak en de thermosfles completeren het stilleven, dat geen Nederlandse meester zal inspireren tot een werk dat het Rijksmuseum zal halen. Als Johan naar het kleedje kijkt voelt hij de prikkels weer in zijn armen. Eens, in de zomer, heeft hij er even gezeten en er met zijn blote armen op geleund. Dagen heeft hij last gehad van een soort brandnetelgevoel.

Lowie neemt plaats achter zijn bureau en met trillende vingers, die uit zijn gebreide vingerloze handschoenen steken, vinkt hij de naam ‘Johan’ aan. Het belangrijke teken dat zijn stapel op weg is naar nieuwsgierige abonnees. Het teken dat Johan de kranten mag pakken.

Johan propt de stapel aan weerszijde in de tassen, goed voor zeker twee uur werk.

“Dag Lowie.”

Johan heeft een buitenwijk ten zuiden van Rijsbergen met voornamelijk boerderijen die nogal wat uit elkaar liggen. Met zijn zware tas die naarmate de rit vordert steeds lichter wordt, trapt hij een kleine veertig kilometer weg om weer wat guldens op te strijken. De gedachte aan een echte racefiets, zo een als Kiske heeft, beweegt hem steeds een korte sprint te trekken naar de volgende brievenbus. Niemand die hem stoort en ergens geniet hij daarvan. De rust, geen druk gedoe om hem heen, hij en een fiets. Geen sterveling doet hem wat, dat is leven voor hem.

 

John van Ierland, 27 augustus 2015

 

 

 

 

 

De krantenwijk

 

Het boek gerelateerd aan dit verhaal bestellen

 

Terug naar overzicht verhalen

Copyright Woordmagie 2017