Afgelopen twee weken is mijn laatste boek uitgekomen: Ik zoek niet, ik vind! Het gaat over het voor mij vaststaand gegeven dat toeval niet bestaat. Het gaat over een manier van leven, van zaaien en uiteindelijk dat geluk oogsten. Het gaat over een doel, maar dan wel één zonder oogkleppen, je kunt er op vele manieren komen. Misschien kom je op een van die wegen wel een veel nobeler doel tegen? Wellicht is dat in deze tijd van de ene na de andere symbolische wapenrace wel eens nodig! We hoeven toch niet altijd als eerste te finishen?


Vakantie! Een rustige tijd zonder stress en poespas, gewoon lekker luieren. Voor de meeste mensen is dit zo het geval, maar niet voor de generaal! Met zijn vrouw is hij per boot op weg naar een mooi eiland in de Caribische zee. Vanaf de reling kijken ze uit over het  eiland. De generaal neemt, zoals hij altijd doet, het woord.

“Zodra ik voet aan land zet houd ik de eerste de beste eilandbewoner aan en daag hem uit voor een wedstrijd!”

“Zou je dat nu wel doen? Het is vakantie!”

De generaal is niet meer op andere gedachten te brengen – zelfs niet door zijn vrouw – en voegt de daad bij het woord; een gespierde atletische inwoner wordt aangesproken op het strand.

“Jongenman, wij gaan een wedstrijd houden hier op het strand, over twee weken. Veertien dagen gaan we trainen om uiteindelijk te bepalen wie het snelste loopt door het mulle zand. Van hier tot de boei en terug! De winnaar staat grote eer te wachten.”

De eilandbewoner knikt, denkt er het zijne van, en gaat door met zijn leventje.

Twee weken later ontmoeten de twee elkaar precies op tijd en op de afgesproken plaats. De generaal heeft de vakantiedagen hard getraind en is mentaal helemaal klaar voor de strijd. Fysiek is het, ondanks de training, een heel andere zaak. De kleine gedrongen en corpulente man steekt schril af tegen het lange atletische figuur van de eilandbewoner. De twee lopen naar het startpunt. De generaal neemt (vertel eens iets nieuws) het heft in handen.

“Vanaf hier lopen we tot die boei en terug.”

Met zijn hak trekt hij een streep in het zand.

“Ik bepaal wanneer we starten... Nu!”

De generaal stuift weg en laat de eilandbewoner verbouwereerd achter. Hij loopt zijn longen uit het lijf, ademt te zwaar en struikelt haast over zijn eigen benen, maar gaat door. Bij het keerpunt, de boei, ziet hij dat de eilandbewoner ook aan het lopen is. Het is een soepele tred die hem steeds dichter bij de generaal brengt, knieën omhoog, inademing door zijn neus en uitademend door zijn mond. Op zijn gebruinde lichaam zijn wat lichte druppels van inspanning zichtbaar. De generaal versnelt en wordt van rood langzaam blauw, het zweet gutst van zijn lichaam. Met zijn laatste krachtsinspanning perst hij er nog een eindsprint uit, en met de adem van de eilandbewoner in de nek, stort hij ter aarde en raakt met zijn vingertoppen nog net de streep. Hij heeft gewonnen...

De eilandbewoner finisht ook en loopt wat uit om vervolgens naast de generaal te gaan zitten en hem te feliciteren met zijn overwinning. De generaal ligt nog altijd op de grond, het duurt een halfuur voor hij enigszins hersteld is. De eerste woorden die hij weer kan stamelen zijn:

“Ik heb gewonnen!”

De eilandbewoner kan dat alleen maar beamen:

“Precies, ik heb ook de finish gehaald hoor, weliswaar een paar seconden later, maar in de twee voorafgaande weken heb ik van alles gedaan en gezien. Wat heeft u gedaan?”

“Getraind, getraind… en ik heb dit strand gezien!”

Een wijze les is om de oogkleppen af te werpen en zich bij het richten op een doel ook de andere mogelijke kansen niet uit het oog te verliezen.

Tegen welke prijs moeten we op welke manier finishen?


John van Ierland, 17 november 2013


verhalen