John van Ierland

WOORDMAGIE

Mijn afgelopen week was er een van een stormachtig niveau, veel deadlines en veel ‘net-op-tijd-acties’. Het was een week van rammelen op mijn toetsenbord en husselen in mijn hersenpan. Het was een week die je niet wekelijks wilt meemaken. De grootste opgave ligt nog steeds in mijn nieuwe boek waarvan 19 november de presentatie is; handig als het boek dan ook gereed is. Zover is het nog niet, maar toch al wel bijna, bijna ben ik er klaar voor. Het is net als een passage in dat boek, een boek over fietsende dames. Het is de vooravond van de grote tocht, de uitdaging, bij een van de dames, en zij is er al wel helemaal klaar voor.

 

Haar kleding legt ze over haar stoel, dát gaat ze morgen aantrekken, de rest zit in haar sporttas. De opgerolde slaapzak en een matje liggen ernaast. Ondanks dat ze gebruik kan maken van de beschikbare bedjes in een camper… je weet het maar nooit! Haar fiets staat te glimmen als nooit tevoren, de benodigde supplementen, die haar van energie kunnen voorzien, al is het maar een placebogevoel, zijn met zorg samengesteld.

 

Ze is er klaar voor, ze heeft haast geen gps meer nodig, de hele tocht is op haar netvlies gebrand en zit in haar speciale wielerkamer binnen haar hersenpan opgeslagen. Zelfs licht voor in de nachtelijke ritten lijkt overbodig, ze straalt als een voortsnellende zon en laat zo haar spaken alweer in een gloed verkeren.

 

Ze is er klaar voor, een gezonde spanning dwingt haar vroeg naar bed te gaan.

 

Ze is er klaar voor, nog één nacht zit tussen haar en twaalfhonderd kilometer over des lands wegen van asfalt, beton, klinkers en kinderkoppen.

 

Ze is er klaar voor, haar handen omklemmen al de remgrepen en de gebogen bocht die ze stuur noemt. Haar benen trillen en staan gespannen, de kleinste verandering schiet haar in een ronde trappende beweging die de wielen doet draaien en een stil zoevend geluid teweeg brengen. Het is het geluid van de fietser, de renster, de dame op een volbloed raspaard van kabels, carbon, rubber, kunststof en aluminium. En in het midden twee dezelfde bidons die zo in het frame zijn ingebouwd dat ze samen een hart vormen, het is het hart van de racefiets, haar vriend en vijand voor de komende dagen.

Ze is er klaar voor, en ligt ietwat onrustig op haar bed. Ze verkeert in de overgangsfase tussen waken en slapen. Haar oogbeweging wordt langzaam, ze heeft moeite haar ogen open te houden, naar het plafond te staren, naar de wijdten in Nederland die onder haar fiets doorschieten. Ze valt uiteindelijk in slaap en schakelt onbewust haar hyperactieve video-projector in, wat ook wel ‘dromen’ wordt genoemd.

 

Ze is er klaar voor… 19 november ben ik dat ook: DamesTeam!

 

John van Ierland, 04 november 2013

 

 

 

 

Ik ben er bijna klaar voor...

 

Terug naar overzicht verhalen

 

Het boek gerelateerd aan dit verhaal bestellen

Copyright Woordmagie 2017