Johan van der Velde, een van de grootste Nederlandse wielertalenten ooit, nam een krantenwijk om zo te kunnen sparen voor een eigen en echte racefiets. Zes morgens in de week ging hij vroeg op pad om zijn kranten op te halen en ze vervolgens te bezorgen. Vele kilometers maakte hij op de zware fiets, de basis voor grote overwinningen als profrenner. Een passage uit de roman ‘Speer van Rijsbergen’ gebaseerd op het leven van de Rijsbergse renner.


De box is het koninkrijk van Lowie, een klein grijs mannetje dat zijn wat grauwe kleur accentueert met een grijze stofjas.

Onder zijn kleine wollen muts krullen zijn dof geworden zilveren haarlokken. In zijn gezicht vallen zijn borstelige kleurloze wenkbrauwen op en het slappe natte sigaretje dat steeds uit dreigt te gaan. Lowie is de koning van de kranten en zijn onderdanen zijn de jonge mensen die ze rondbrengen voor een extra zakcentje. De een spaart voor nieuwe kleding, de ander voor een brommer. Een derde legt het bij in het huishoudpotje van het gezin en een vierde weet nog helemaal niet wat hij er mee gaat aanvangen. En Johan… de speer van Rijsbergen, spaart voor een echte racefiets. De oude stalen fiets waar hij zijn rondjes op het crossbaantje mee draait is eigenlijk een gewone jongensfiets die hij samen met zijn vader heeft gestript. Daarin zijn ze zeer grondig te werk gegaan. Zelfs de aanlasbeugel voor de dynamo en de ogen voor de bevestiging van de spatborden hebben ze eraf gezaagd. Om het wat meer ooglijk te maken is daarna de vijl gepakt en heeft Johan zo lang gevijld tot het leek of er nooit iets had gezeten. Wat schuurpapier deed de rest en het frame was zo glad als een aal. Met een eigengemaakt klein kwastje, van varkenshaar, is de fiets donkerblauw geverfd. Een oud racestuur, van Kiske gekregen, maakte de ‘racefiets’ compleet. Van een ruime afstand dan.

Voor Johan kan het er allemaal net mee door, toch zou hij het graag anders zien. Daarom gaat hij zo vroeg zijn bed uit. Zes keer in de week fietst hij naar Lowie.

“Goedemorgen Lowie, waar liggen mijn kranten?“

Lowie schenkt net de dop van zijn thermoskan vol hete koffie.

“Morreguh Johan, daar ligt jouw wijk.”

Hij wijst een stapel aan, de stapel voor Johan ligt steeds ergens anders. De bezorgers mogen niets verplaatsen zonder dat Lowie daar toestemming voor geeft. Zijn systeem valt anders in het water, een systeem dat Johan niet weet te doorgronden. De kranten liggen door de hele garage verspreid, behalve bij de rechtermuur. Daar staat het bureau van Lowie. Een gammel tafeltje met een eiken stoel met een lederen zitting waar de vulling door de scheuren steeds verder naar buiten kruipt. Op het tafeltje ligt een geknoopt kleedje met her en der wat schroeiplekken. Op het kleedje ligt een schrijfblok met een balpen. Een volle asbak en de thermosfles completeren het stilleven, dat geen Nederlandse meester zal inspireren tot een werk dat het Rijksmuseum zal halen.


John van Ierland, 07 juli 2015

verhalen